TIJDREIZEN (BLOG)

Rond Sint Joapik 2010 reisden Frank en ik naar Winterswijk, op zoek naar de missende schakel in de voorouderlijn Ten Hulsen.

De kwestie is als volgt: Frank's voorvader Gerrit ten Hulsen duikt op in 1700 in Den Haag, evenals diens broers Arnoud en Jan. We weten dat het broers zijn, door het testament van Arnoud, en we weten dat ze uit Winterswijk afkomstig zijn, zie (verkort) parenteel n.n. ten Hulsen. De afstamming verloopt zoals gezegd via Gerrit (zie kwartierstaat Z.B. ten Hulsen).

Ondanks uitputtend onderzoek in de archieven van Den Haag, Rotterdam en Delft, Arnhem en Doetinchem, en online dankzij fantastische bronnen zoals www.genealogiedomein.nl en www.heerlijkheidbredevoort.nl komen we niet verder. De gevonden Ten Hulsens en aanverwanten verwerkt in een database, helaas de link is niet gevonden. Wel hebben we een vermoeden maar we zoeken naar het bewijs.

Op de website van het Oostgelders Tijdschrift voor Genealogie en Boerderijonderzoek vond ik onder 'actueel' een tip: genealogisch spreekuur in de bibliotheek van Winterswijk! Aangezien daar ook de collectie Das ter inzage is en de transcripties van de kerkeraadshandelingen, die voor ons onderzoek interessant kunnen zijn, besloten we spontaan een bed & breakfast te boeken en te vertrekken.

In de bibliotheek heeft de heer Bert Smeenk van het Historisch informatie punt ons heel aardig en hartelijk urenlang geholpen met raad en daad, verbluffend snel bladerend in de collectie Das, die natuurlijk fantastisch is maar redelijk ontoegankelijk als je de weg er niet in weet. Drie uur en 70 kopietjes verder verwees meneer Smeenk ons naar zijn collega P. Meerdink van het archief in Doetinchem: "Hij weet alles van de geschiedenis van Winterswijk".

De volgende ochtend in het streekarchief Doetinchem werden we vriendelijk ontvangen met koffie, en ook meneer Meerdink was zeer genereus met zijn tijd en ervaring. Onze werkhypothese werd door beide experts wel mogelijk geacht, de DTBs hebben nu eenmaal hiaten, en de lidmatenboeken voor 1704 zijn er niet of niet meer. Naar aanleiding van onze theorie vertelde de heer Meerdink ons prachtige verhalen over de boerderijen Hulzen en Reems bij de Ravenhorst op de grens van Dorpbuurt en Meddo, de geschiedenis, de context  en de omgeving. Hij raadde ons aan een wandeling te gaan maken over het kerkepad daar, en veronderstelde dat Hendrikje Reems en Jan ten Hulsen wellicht zo met elkaar 'in verkering' kwamen.

Het was er tijdloos mooi. Zandpaden, de beek, bloeiende velden, bruggetjes onder een zomerlucht van afwisselend blauw met wit, de romantiek van het 'karkpad'. De 15e eeuwse 'spieker' bij de Ravenhorst was helaas niet van dichtbij te bekijken, maar bij boerderij 't Hulzen was de eigenaar zo vriendelijk om ons binnen het hek te laten en met ons een rondje om de boerderij te lopen. We mochten foto's maken en hij vertelde ons over de geschiedenis en de verbouwingen van de boerderij (grondig verbouwd in 1903), wees hier naar een vroegere varkensstal, daar naar een uitbreiding van 'na de kunstmest'. Aan de overkant van de vijver was een terras onder het hooibergdak gemaakt. Het is al met al een adembenemend mooie plek en het gaf een fijn gevoel om er mee kennis te maken en er zo dichtbij te mogen zijn, heel 'eigen' :-)

Het is er prachtig, in de Achterhoek. De dorpskern van Winterswijk heeft natuurlijk het mooie laatgotische kerkje (St. Jacobs, dus ook voor Jacobspadpelgrims een aanrader) maar verder, heel eerlijk gezegd, niet heel veel sfeervolle oude gevels of panden.  In de kerk moest natuurlijk het doopvont op de foto, al is het niet het originele, romaanse vont van rond 1200, gemaakt van Bentheimer steen, dat zich sinds ca. 1860 bevindt in het Catharijneconvent in Utrecht, maar een in Polen gemaakte kopie.

Op de muren en plafonds zijn 500 jaar oude schilderingen te zien en boven de ingang in de toren staat in gouden letters: "Anno Domini MDVII in den naem uns Heren ende Maria sine lieve Moeder ende uns Hillighen Patroens Sinte Jacob is angelacht dye yrste steyn van desen Toern up ten derden dach in der maent Septembri" en boven het middelste koorvenster: "Angefangen 1472, vüllebragt 1474". Wat ook de namen van de voorouders Ten Hulsen waren, zeker is dat ze hier gedoopt, getrouwd en begraven zijn. Ook de kerkezakken maar even gekiekt, een aantal Ten Hulsens waren ouderling en diaken.

In een heel goede boekhandel kochten we de boeken van drs. J.B. te Voortwis (Winterswijk onder het vergrootglas deel 1 en 2), een Cultuurhistorische Atlas van Winterswijk, een canon, een almanak en nog zowat. Ik heb me beheerst en het leuke boek met foto's van (verdwijnende) Achterhoekse kippenhokken te laten liggen.

Toen een tochtje gemaakt met de auto, naar Vreden en Zwillbrock, en zomaar wat rijden door de buurtschappen, op zoek naar een plek om buiten in het lommer iets te eten. Genietend van de beeldige boerderijen in het coulissenlandschap en van de weldadige rust op de smalle weggetjes en zandpaden, kwamen we tenslotte uit bij het soort plek waar je nog een suikerzakje bij de koffie krijgt: de Harmienehoeve, herberg en kaasboerderij. Op het menu stond een Achterhoekse Vespermoaltied, ik wist ook niet wat het was maar nu wel: pannenkoek, boerenkaassneetje, krentenmik, roggebrood met kaas, een potje mosterd, een kopje koffie.

 

In de bijbehorende winkel geholpen door de Oma van Robbert, een roodwangige stevige knul van een jaar of twee, die ook ging 'helpen', aan een kilo boerennagelkaas, achterhoeks roggenbrood en een fles Twents Genot ofwel advocaat met boerenjongens en echte vanille.

De volgende en alweer laatste dag terug naar huis via Bredevoort, boekenstadje. Zo iets beeldigs zie je maar zelden. Vakwerkhuisjes rondom een kerkje en een marktplein met dorpspomp, een schilderachtig straatje waar ooit Hendrickje Stoffels is geboren. Overal boekwinkeltjes en 'honesty shops' oftewel 'eerlijkheidswinkels', je wordt overal per briefje gevraagd om het geld voor de boeken, die gewoon buiten in houten kasten en kramen staan, in de brievenbus te gooien of in het trommeltje te doen. Bij antiquariaat de Kantlijn lang staan aarzelen over de schoolplaat 'De Boerderij' maar uiteindelijk toch maar besloten van niet, en bij datzelfde antiquariaat een half dozijn heerlijke boeken op de kop kunnen tikken over de geschiedenis van Aalten en Bredevoort, over oud-Gelderse gebruiken, over het stadje Lochem (andere voorouderlijn) en tenslotte verhalen in Achterhoeks dialect. Kortom, heerlijk. Alles heerlijk. Wij komen zeker terug in de Achterhoek, en zijn van plan om dan de hele familie mee te brengen.

Thuis vond ik een alleraardigste e-mail van meneer Smeenk in de box, met contactgegevens van een meneer in Duitsland die onderzoek doet naar de Ravenhorst. Wat een service, van het Historisch informatie punt!

Tenslotte wil ik niet ondermeld laten dat er sinds 15 juni 2010 een 'Winterswijkse deerne' wordt vermist: dit portret van de hand van Piet Mondriaan Jr. werd gestolen in de nacht van 15 op 16 juni 2010 uit Museum Freriks te Winterswijk. Het betreft een portret van Arda Boogers, ten tijde van het ontstaan van het schilderij was zij ca. 17 jaar.

Het schilderij meet ongeveer 58,5 x 48,5 cm en is geschilderd tussen 1907-1909. Lees verder...
 

©  www.netherlandsancestors.com