HENDRIK WORDT ZENDELING
Visitekaartje: H.J. Wesseldijk, Zend.-Kweek. v/h Ned. Zend. Gen. Rotterdam, Rechter Rottekade 59. Juni 1908.
L.S.
De Commissie tot de Zaken der Protestantsche Kerken in Nederlandsch Oost- en West-Indië heeft, in hare Vergadering van 27 October 1908 den Heer Hendrik Johan Wesseldijk Kweekeling van het Nederlandsch Zendeling Genootschap geëxamineerd en bekwaam bevonden, om als Zendeling-Leeraar in onze Overzeesche Bezittingen werkzaam te zijn; en verleent hem hiervan Acte. 's Gravenhage, den 11 Juli 1910.
Rotterdam, 15 Juli 1910
L.S.
Ondergeteekenden verklaren dat de Heer Hendrik Johannes Wesseldijk gedurende twee jaren regelmatig en met toewijding in het Gemeenteziekenhuis aan den Coolsingel te Rotterdam, lessen in de Geneeskunde heeft gevolgd. Deze lessen omvatten voordrachten, demonstraties en practische oefeningen op het gebied der inwendige geneeskunde, chirurgie, verloskunde en gynaecologie, oogheelkunde, huid- en geslachtsziekten, hygiène, benevens artsenij-bereidkunde.
Extract uit het Register der Besluiten van den Gouverneur-Generaal voor Nederlandsch-Indië. Buitenzorg, den 13den Maart 1911.
Gelezen het rekest, gedagteekend Koekoe (Menado) 4 december 1910, van H.J. Wesseldijk, zendeling-leeraar van het Nederlandsche Zendeling Genootschap te Rotterdam;
Is goedgevonden en verstaan:
Aan den adressant te verleenen de byzondere toelating, bedoeld by artikel 123 van het Regeeringsreglement, tot uitoefening van zyn dienstwerk in de afdeeling Midden-Celebes (residentie Menado) en in die gedeelten van de afdeelingen Loewoe en Tomori (Gouvernement Celebes en Onderhoorigheden) waar Bareë sprekende Toradja's wonen.
Toelatings-kaart no 522.
Aan H.J. Wesseldijk en echtgenoote geboren te Hellendoorn oud 24 jaren, van beroep zendelingleeraar laatst gewoond hebbende te Rotterdam en op den 25 September 1910 aangekomen te Batavia met het schip Koning Willem II gezagvoerder Haasnoot met het doel zich in Nederlandsch-Indië te vestigen, wordt vergund op den voet der ordonnantie van 12 Maart 1872 (Staatsblad no. 38) voor den tijd van zes maanden zich op te houden op Java en Madoera en buiten die eilanden in de voor den algemeenen handel geopende havens.