BRIEF VAN H. KRAEMER AAN HENDRIK (EN GUUS), 1913
Leiden, 22 Juni 1913
Beste Henk (en Guus),
Ziezo, mijn pijp is opgestoken, een glas verfrisschende limonade staat voor me, de gordijnen zijn neergelaten om de zonnevloeden, die den zomer inzwieren, te keeren, zoodat er gezellige, gedempte tint, beheerscht door blauw en bruin in mijn kamer is, talloze bladen van jouw dagboek, Henk, liggen voor mij opgestapeld. Eindelijk is de energie in mij zoo hoog gestegen, dat bij de voorwaarden, die ik in den vorigen zin vermeld heb en die er alle toe meewerken een mensch in een gezellige zwamstemming te brengen, de laatste conditie gekomen is om dat gezwam in jouw richting te dirigeeren n.l. met een breeden armzwaai is mijn hand terechtgekomen in een van mijn zakken en heeft daaruit tevoorschijn gehaald mijn onmisbaar wapen n.l. een vulpenhouder. En nu zal het hoop ik een heelen tijd duren voor zijn vaart gestuit wordt. Ik hoop mijn oude zwamreputatie tegenover jou te handhaven. Hier mag ik tenminste ook al telkens onder mijn kornuiten hooren, dat ik een geweldige praatmachine ben. Trouwens voor iemand, die een ader van praatlust in zich heeft, is de studentenwereld een gevaarlijk milieu. Gelijk aan zoo vele andere bestaat er in dat milieu bijzondere gelegenheid zijn praatlust bot te vieren. Ik heb het dan ook nog nooit zooveel in mijn leven gedaan. Menigmaal is het om er moe van te worden. Vaak is het een heilzame kuur eens een paar dagen te moeten zwijgen, anders zou de kostelijke vrucht van eenzaamheid teloor gaan. Zonder dat komt er op den duur een defect in het leven. Ik moet zeggen dat ik in veel opzichten dankbaar ben dat mijn leven zoo geleid is, dat ik student geworden ben. Wel is een groot deel van die wereld een inerte massa zonder belangstelling in ernstige dingen, maar wanneer je in aanraking komt met de elementen, die het leven voelen als een hoogst ernstige zaak en die er klaar over willen worden voor zichzelf hoe dat wonderlijke leven te aanvaarden, dan voel je in contact te staan met de diepere stroomingen van het groote levenscomplex, dat wij maatschappij noemen. Dat is eigenlijk wel een groot gebrek van het Zendingshuis dat je tegen wil en dank buiten het leven, waar je de diep verborgen botsingen kunt zien en zelf ook meevoelen, komt te staan. Daarbij komt, dat de sfeer van een Zendingshuis en het feit, dat je aandacht en levensenergie toegespitst is op een groot levensdoel, je onwillekeurig meer in een milieu van vaste verzekerdheid plaatst en je den fellen strijd, die er buiten gestreden wordt en die werkelijk alle recht van bestaan heeft, wat vergeet. Want men kan er boeken over lezen er er door natuurlijken aanleg gedrongen groote belangstelling voor hebben, zooals o.a. met mij in het Zendingshuis het geval was, maar ik heb nu toch ondervonden, dat je er zelf wat in moet staan om te ondervinden en na te voelen wat het eigenlijk beteekent. Een student, die ernstig leeft en zich niet in een bepaald systeem opsluit als in een vesting, van waaruit hij veilig op de booze wereld neerziet, maar die alleen met de geloofszekerheid in zijn hart zonder eenige verdere omwalling en afsluiting de diepgaande stroomingen doorgaat en tracht te proeven, heeft een moeilijk leven. Veel wat vroeger zeker en uitgemaakt was, valt weg of wordt op zijn minst genomen vaag en onzeker om misschien wel weer eens meer bepaalde trekken te gaan aannemen. Mijn persoonlijke ervaring is tenminste dat de feitelijke zekerheid (ik bedoel de zekerheid aangaande het aantal feiten en overtuigingen op godsdienstig gebied) aanzienlijk kan inkrimpen, al behoeft de innerlijke zekerheid daarmee nog niet te verdwijnen. Vaak kom ik er toe in te zien dat tegenover de tallooze vragen en moeilijkheden, die komen aandruischen, maar een eerlijk antwoord overschiet op de vraag waarom ik vasthoud aan de belijdenis van het geloof n.l. ik kan niet anders en wil niet anders. En ik voel ook dat dat dan de eenige manier is om geen stuisvogelpolitiek te gaan voeren of om tegenover de buitenwereld niet te gaan versteenen. Want de hoogste en moeilijkste combinatie, voor iemand, die mee wil leven in den geestesstrijd is mijns inziens die van innerlijke, rustige zekerheid verbonden met groote elasticiteit.
Ik hoop niet, dat ik je met het bovenstaande verveeld heb. Wanneer dat het geval mocht zijn, zou ik het je absoluut niet kwalijk nemen. Ik zou het uitstekend kunnen begrijpen. Jij leeft immers als zendeling in zoo'n geheel andere sfeer. De zorg om een gemeente van kinderen tot volwassenen in de kennis van Christus op te leiden neemt je geheel in beslag en daarbij tevens de gedachte om buitenstaanders voor het geloof in Christus te winnen, dat is een absoluut andere atmosfeer. Daar is natuurlijk ook strijd, groote strijd bij, maar van een geheel anderen aard, die andere eischen aan de persoonlijkheid stelt, die anders inwerkt en geheel andere vragen op den voorgrond doet komen. Ik moet dan ook zeggen dat het feit van mijn verbonden-zijn aan de Zending en mijn lidmaatschap van de N.C.S.V., dat de Zendingsplicht en zendingsverantwoordelijkheid tegenover de buitenwereld, die mij omringt, levendig houdt, mij tot grooten steun zijn in mijn houding tegenover de kwestie, waar je als student voor komt te staan. De overtuiging groeit steeds meer bij me, wanneer ik de groote moeilijkheden zie waarmee het Christendom hier in het Westen te worstelen heeft, dat alleen de Zending in staat zal zijn het bewijs te leveren voor de onmisbaarheid en den zegen van het Evangelie. Aan de mogelijkheid van de overwinning van het Christendom als het meest overtuigende systeem van wereldbeschouwing tegenover andere systemen, ook al zou het met alle middelen van de tegenwoordige wetenschap in elkaar gezet zijn, geloof ik niet meer. Het bewijs kan alleen geleverd worden door het feit van een wereldomvattende levenskracht. En dat kan mijns inziens alleen van de Zending komen. In dat licht beschouwd wint het Zendingsvraagstuk van tegenwoordig nog meer aan urgentie en ook aan actualiteit voor het Christendom hier in het Westen.
Maar ik herhaal nogmaals dat het mij niets verwonderlijk zou voorkomen, wanneer je dit geschrijf niet zulk een belangstelling inboezemde omdat je geest teveel in een andere richting gericht is. Toch kan ik niet nalaten het jou ook nog eens te schrijven (misschien heb ik het al wel eens meer gedaan want het is iets, wat mij steeds vervult) want wellicht is het toch aangenaam voor je om zoo ook eens een beetje contact te houden met wat er op geestelijk gebied hier te koop en te doen is. Ik heb trouwens het geluk hier in huis veel met iemand om te gaan, die daarin geheel met mij meevoelt en de moeielijkheden merkwaardig scherp doordenkt en doorvoelt.
Nu ik toch zoo over beweging en strijd hier aan den gang ben kan ik wel eens overstappen op een onderwerp, dat ook een bepaalden strijd omvat en waarachter een vraag van mij tot jou verborgen ligt. Wij zitten hier n.l. midden in de groote vierjaarlijksche verkiezingen voor de Tweede Kamer, die over het lot van onze tegenwoordige Regeering zullen beslissen. L.l. Dinsdag is de verkiezing geweest. Die heeft evenwel nog geen definitieve beslissing gebracht, daar er een groot aantal herstemmingen zijn. A.s. Woensdag zal de groote slag geslagen worden. Het resultaat, dat op 't oogenblik het meest voelbaar is, is, dat de socialisten groote voordeelen zullen behalen. Het zal je bekend zijn uit de "Nederlander", die je naar ik meen leest, dat de strijd zeer vinnig zal zijn dezen keer. De heele linker zijde heeft gezworen dat de coalitieregeering vernietigd zal worden. Daar heerscht op 't oogenblik zulk een weerzin tegen de coalitie als nog maar zelden vertoond is. De linksche partijden n.l. V.D., U.L. en V.L. hebben zich tot een vrijzinnige concentratie aaneengesloten. Het gevaar, dat zij in de coalitie zien is zoo groot dat zij na jarenlang kibbelen over alle verschilpunten zijn heengestapt en een verbond hebben gesloten. De socialisten staan apart, maar hebben natuurlijk ook den dood aan de coalitie gezworen. De liberalen zijn zelfs zoo in het vuur, dat zij als parool hebben uitgegeven, al is het dan ook met weerzin: Steun alles zelfs een sociaal-democraat, maar nooit en te nimmer een coalitiecandidaat. De strijd loopt v.n.l. over de tariefwet, die de rechtsche Regeering op haar program heeft staan en het onderwijs. Die tariefwet kan mij op 't oogenblik weinig schelen, daar ik veel te weinig verstand van die zaken heb. Ofschoon ik toch me met mijn leekenverstand het meest gedrongen voel naar de kant van den vrijhandel. Maar die strijd over het onderwijs is vrij wat belangrijker, voor mij dan tenminste. Want daarin is verbonden de kwestie van de Zending. Vooral, omdat de Zending op 't oogenblik een onderwerp is, dat in alle verkiezingsredes onzaligerwijze een zeer belangrijke plaats inneemt. Ja, zoover zijn we al gekomen, dat de Zending een onderwerp is, dat in de Tweede kamer en in de verkiezingszalen te grabbelen is gegooid en daar druk bedisputeerd wordt. Dr. Kuyper heeft n.l. de leuze aangeheven: de Openbare School uitzondering, de Bijzondere School regel. En daarover zijn de poppen nu aan 't dansen. Ik voor mij acht het ook een onzaligen strijd. Het is werkelijk voor een Christen als hij zich de dingen indenkt zooals zij nu hier zijn, soms moeilijk om zonder zuchten te leven. De coalitie treedt brutaalweg op als de verdedigster van het Christendom. Ik heb echter na lang aarzelen de overtuiging gekregen, dat zij door het Christendom in de politiek te halen, het allerdroevigst afbreken en verminken. Het Christendom mag niet in de politiek gehaald worden. Daarvoor staat het te hoog. Het is natuurlijk wel waar, dat ook in het politieke leven de wil van God de Christenen moet besturen, maar dat is heel wat anders dan het als een politieke leuze aan te heffen. Want dan komen we nooit verder dan dat door partijgedrijf het Christendom opgelegd wordt aan het volk, wat toch een weerstand in het leven roept. En trouwens er is niets anti-Christelijkers denkbaar, dan het Christendom vanuit de hoogte der Regeering te willen opleggen. Het absolute laat zich niet opleggen, dat laat zich alleen beleven en erkennen. Het is dan ook ergerlijk als een man als Dr. Kuyper als verkiezingsmiddel een rede gaat houden, dat de tariefwet in de Heilige Orde Gods besloten ligt. Wanneer toevallig vrijhandel in zijn program stond, zou dat in de Heilige Orde liggen. Ik krijg steeds meer de overtuiging, dat hij een man is, die 't Christendom onberekenbare schade doet en onder het mom van kampioen voor het Christendom alle ware godsdienstigheid vernielt.
2 Juli 1913
Je ziet, ik ben midden in mijn sombere rede afgebroken en daar is meer dan een week vervlogen. Maar ik zal toch mijn gepraat over de politiek maar doorzetten, omdat ik er een bedoeling mee heb. Ik kan je nu ook meer zekerheid geven. Verleden week Woensdag is de groote slag geslagen. En waarlijk, het is gelukt. De coalitie is uit haar regeerende positie gedrongen. De stand van de 2e kamer die tot nog toe was 58 rechts tegen 42 links is omgeslagen naar 45 rechts tegen 55 links. Dat is dus bijna omgekeerd. Het is een hard gelag voor de coalitie. De oude Dr. Kuyper tenminste naar de driestarren in de "Standaard" gerekend houdt er zich welgemoed onder. Hij zegt kalm, dat het veel verwonderlijker zou geweest zijn wanneer rechts weer gewonnen had dan dat het nu verloren heeft. Het is een verstandige positie. Alleen is er niet mee in overeenstemming, dat hij voor een paar maanden nog jubelde, dat de meiboom al in de kap stond van het schoone politieke gewrocht der coalitie, dat zich o.a. het duidelijkst z.i. manifesteerde als de Christelijke school, en dat er nu nog maar noodig was de meerderheid te trachten te behouden om door een grondwetsherziening het dak op het huis te zetten en de verdere werkzaamheden te verrichten, die men onder den term "laatste zand" pleegt samen te vatten. De vreugde van de liberalen is echter ook zeer getemperd. De "Nieuwe Rotterdammer" o.a. bracht het in haar hoofdartikel na den uitslag niet verder dan tot een :"wij juichen niet, wij zijn alleen tevreden." Niet bovenmate jubelend na zulk een harden strijd. De reden hiervan is het feit, dat links alleen de overwinning heeft kunnen behalen door de overweldigende aanwas van socialisten, zegge achttien, terwijl ze tot nog toe maar met hun zevenen leven in de brouwerij brachten. Dat is een harde pil voor een echt-liberaal-voelend hart. Ik heb me tenminste de laatste weken verkneukeld, wanneer ik las met wat een zuchten en steunen het stemmen van de socialisten gepaard ging. Een socialist schijnt altijd nog een schrikbeeld te zijn voor een rechtgeaard liberaal. Wat ook geen wonder is. De liberalen zijn de menschen van het juiste evenwicht, de precies afpassende maat; de socialisten zijn ridders van het extreme, in grondstemming veel meer verwant aan Dr. Kuyper en zijn anti-revolutionnaire getrouwen. Ik zou wel durven verwedden, dat Mr. Troelstra ook al is hij een fel bestrijder van Dr. Kuyper wegens zijn conservatieve richting in de politiek, in zijn hart toch veel meer voor hem voelt dan voor een er liberale leiders. zij verstaan beide de groote massa goed door hen in 't vuur te brengen voor een groote idee, die erg vaag is van inhoud, maar bliksemend van uiting. Maar om mijn draad weer op te vatten, slechts met een zwaar hart hebben de liberalen op de socialisten gestemd. Zij zijn er toe overgegaan omdat nummer 1 van hun programma was: de coalitie moet vernietigd worden als regeeringsmeerderheid. Zij hebben dan nu hun zin. Voor hoe lang staat te bezien. Dr. Kuyper heeft ze al netjes voorgerekend, dat die meerderheid van 10 stemmen in de kamer slechts te danken is aan een stemmentotaal van + 900. Dus het balanceert heel gevaarlijk. Daarbij komt, dat de overwinning behaald is onder voor links gunstige omstandigheden. De twee groote punten in den verkiezingsstrijd waren: het onderwijs en de tariefwet. Daarover had Dr. Kuyper gevaarlijke zinnetjes gesmeed. De strijdleus was voor het onderwijs: de bijzondere school regel, het openbaar onderwijs uitzondering. Dat bracht menigen liberaal in het vuur voor zijn dierbare openbare school met haar onvolprezen kweekplaatsen voor verdraagzaamheid en roerende naastenliefde. Voor de helderziende, ontwikkelde liberalen was de strijdleus van Dr. Kuyper een nachtmerrie. Maar een heerlijk hulpmideel is voor hen geweest dat Kuyper de mijns inziens domme daad beging om ook de tariefwet als inzet voor den verkiezingsstrijd te nemen. Ik heb je al geschreven dat hij dat op een wijze gedaan heeft, die voor fijn inzicht in de psyche der massa overtuigend pleit en aantoont dat hij op zijn ouden dag nog niet verleerd heeft "het klavier der volksconscientie te bespelen.", maar die een waarachtig godsdienstig mensch met walging vervult. De tariefwet is n.l. de hooge eer te beurt gevallen in de heilige orde Gods ingelijfd te worden. Maar dom blijft het van hem, want daarmee heeft hij den tegenstander een wapen in de hand gegeven, dat diep sneed. Nu kon men met schrikbeelden van oeconomischen achteruitgang gaan werken, die op de meest plastische wijze gedemonstreerd werden. Het was werkelijk vermakelijk bij het vele bedroevende in de verkiezingsdagen, waarin het algemeen zedelijk peil droevig daalt, om te zien b.v. hier in Leiden hoe in de dagen vlak voor de herstemming een boekhandelaar rondom den gevel van zijn huis groote plakkaten had laten aanbrengen, waarop in schrikwekkende cijfers de prijsstijging van verschillende noodwendige leversartikelen stond vermeld en waarvoor dan ook een specimen van de artikelen hing te bengelen een klomp, een schoen etc. Drommen menschen stonden er voor te gapen. En daartusschen wandelden mannetjes van de coalitie met borden op hun rug, waarop in uitdagende taal f 10.000 belooning werd beloofd aan dengeen, die met bewijzen kon aantoonen, dat de boekhandelaar in zijn plakkaten de waarheid predikte. Ik heb niet gehoord of een liberale vuurvreter ook pogingen heeft aangewend de coalitie van de f 10.000 af te helpen. Deze twee sterke prikkels dan: het onderwijs en de tariefwet, gevoegd bij een ongekend druk stemmen op socialisten en bewegingen van Mr. van der Laar en de Bond van Protestanten, die de coalitie roet in het eten wierpen, heeft link in staat gesteld het te winnen. Daarom heb ik dan ook niet veel vertrouwen dat links het een volgende keer weer zal winnen, wanneer die sterke prikkels afwezig zijn. De liberalen toonen op 't oogenblik hun vrees voor de socialisten al door zonder het altijd openlijk uit te spreken, veel voorliefde te toonen voor een zakenkabinet, dat hen van de noodzakelijkheid zou ontheffen om in verbond met de socialisten ingrijpende westvoorstellen uit te werken. Kuyper is echter wel zoo politiek, dat hij hun openlijk aangezegd heeft dat een zakenkabinetdwaasheid is en dat nu ze de meerderheid hebben, ze ook maar regeeren moeten. Voor een anti-revolutionair die het eventueel zou wagen zitting te nemen in een zakenkabinet, heeft hij bij voorbaat de banbliksem van de partij al klaargelegd. Op 't oogenblik is er dan ook niet zoo veel kans op, daar Mr. Troelstra al bij de koningin ontboden is om over de kabinetscrisis te spreken. Dat is werkelijk een sensationeele gebeurtenis is Nederland. De socialisten dringen dan ook onvervaard op een linksch ministerie aan, dat dan als eerste offer van dankbaarheid aan hen den zegen van het algemeen mannen- en vrouwenkiesrecht aan ons vaderland mag brengen. Hun getal geeft hun trouwens het recht om op 't oogenblik zulk een hoogen toon aan te slaan.
Mijn persoonlijke houding tegenover al deze dingen is, dat ik over de verandering van de toestanden niet kan juichen, maar dat ik het zoo goed vind. Niet dat ik verwacht, dat het nu veel beter zal gaan. In veel opzichten is het spreekwoord hier toepasselijk: "Of je van de kat of van de kater gebeten wordt, het blijft hetzelfde." Neen, bij links is me in de historie ook al veel te vaak uitgekomen, dat de strijd tegen een christelijke politiek aan veel kanten meer voortkwam uit haat tegen den godsdienst dan uit eerbied voor den godsdienst, die hem te groot acht om als leuze in de politiek gesleurd te worden. Toch zou ik wanneer ik stemrecht gehad had, links gestemd hebben n.l. op onzen ouden bekende Prof. Heeres. Voor mij bestond er maar een kwestie, waardoor ik alle praktische bezwaren en moeilijkheden, die ik als Christen heel goed zie in het gevolg van een linksch bewind, op zij gedrongen werden n.l. dat in weerwil van alle schijn door het coalitiegedrijf alle waarachtig godsdienstig leven ten ernstigste geschaad wordt. In den verkiezingsstrijd weerklonken zulker ergerlijke leuzen als: Voor of tegen God. Over dit motief heb ik je echter al geschreven. Laat ik nu maar eens komen met wat ik eigenlijk met mijn politieke schrijverij bedoel, anders zou je waarachtig den indruk nog krijgen dat ik een vinnig politiek haantje geworden ben. In de laatste jaren is n.l. de Zending een punt van openbare discussie. Jij zult uit de kranten ook wel gemerkt hebben hoe er in de kamer gedebatteerd is over de Zending. Dat vind ik allemaal zeer jammer. Het is dunkt mij een allerdroevigst teeken, wanneer de Zending zoo in de politiek gehaald wordt. Daar van kan de Zending alleen maar schade ondervinden. De Zending behoeft mijns inziens alleen maar dat men haar rustig haar gang laat gaan en het laat wat het behoort te zijn n.l. het geloofswerk van de Christelijke gemeente. Dat de Zending bediscussieerd werd is echter op zichzelf zoo erg nog niet, maar wel erg is dat zij in de kamer rondweg een partijkwestie werd: rechts voor en links tegen. In dien tijd is er veel dwaasheid door de liberalen beweerd. Er werd vooral tuchtig gewerkt met het spook van het Mohammedaansche fanatisme, dat door het werk der Christelijke zending zou opgewekt worden. Vooral viel erg op, dat Mr. van Deventer na zijn reis in Indië zijn zwaai nam en de sympatiebetuigingen, die men tot nog toe van hem gewoon was over de Zending te hooren, verving door een minder vleienden toon vooral ten aanzien van de schoolkwestie in de Minahasa. De liefde en zucht naar gouvernementsonderwijs van de Minahasers werd met vreugde afgeleid uit de requesten der bevolking aan de regeering. En Mr. van Deventer haalde eens als vernietigend bewijs voor zijn standpunt om van regeeringswege toch vooral niet te veel het Zendingsonderwijs te bevorderen een brief aan van den "Zendingsman" (schrik niet) De Koning, die na een 9 maandig verblijf in de Minahasa aan Mr. van Deventer plechtig zijn "Zendingsman"-verzekering had gegeven, dat gouvernementsonderwijs veel beter voor de bevolking was, ook volgens het oordeel van de "Zendingsmannen" in de Minahasa. De Heer Limburg heeft die zaak toen heel netjes in zuivere banen gebracht door Mr. van Deventer ten eerste aan te toonen, dat de autoriteit van den Heer De Koning wel wat verdacht is, ja zelfs potsierlijk was door haar domme verwaandheid en ten tweede door te zeggen, dat de bevolking van de Minahasa het gouvernementsonderwijs niet vroeg, omdat het ideaal der godsdienstige verdraagzaamheid en neutraliteit verrukkelijk in de oogen blonk, maar om de eenvoudige reden dat het gouvernementsonderwijs beter was dan het Zendingsonderwijs. Hij vond daarom in het optreden der Minahasers alleen maar een reden de Zending in de gelegenheid te stellen haar onderwijs beter te maken. Dat standpunt lijkt mij het juiste. Maar in de politiek, vooral als er verkiezingen in zicht zijn, pleegt men naar zulke vertoogen bij voorkeur niet te luisteren.
Toch zijn er schrikwekkende tafereelen opgehangen van de Sarikat Islam, die een naderende revolutie beteekende uit louter Mohammedaansche geërgerdheid over de Zendingspropaganda. Een tijd geleden stond er zelfs een ergerlijk schendartikel in de "Groene Amsterdammer"' waarvan de hoofdinhoud dit was, dat wanneer de Regeering zoo doorging met haar Christianisatiepolitiek er binnen 25 jaren een revolutie zou uitgebroken zijn, die alle Hollanders uit Indië zou drijven. conclusie: verbied de Zending des noods. Er boven stond een plaatje: Dr. Kuyper op een troonzetel. Voor hem naderen eerbiedig inlanders in gekleede jas met witte das, die zeggen: "Uwe Excellentie, Dank zij Uw Christianisatiepolitiek is Indië voor Nederland verloren gegaan, maar wij negenen zijn overgebleven en hebben onze ziel voor den hemel gered." Het is om uit je vel te springen. Ik heb dit jaar zelfs op mijn Zendingskring met Indologen die kentering in de stemming kunnen merken. De heeren waren wel zoo genadig mij toe te stemmen dat Zending onder een heidensch volk een heel verdienstelijk en braaf werk was, waaraan zij later hun steun zouden willen geven, maar onder de Mohammedanen: "Neen hoor. Dat volkje is zoo fanatiek." Toch, in weerwil van al die narigheid, die er beweerd is en wordt over de Zending, zoo zelfs, dat na den uitslag der verkiezingen in verschillende overwinningsredes van linksche afgevaardigden de juichtoon weerklonk: "Nu is het gevaar (N.B.) van de kerstening van Indië afgewend" geloof ik dat rechts daar heel veel aan schuld is en dat ook vele van die uitdrukkingen staan onder den druk der verkiezingstijd en daarom lang niet zoo verschikkelijk in uitwerking zullen zijn als ze zich wel laten aanzien. Daarbij komt ook nog in rekening dat het altijd heel chicque staat de verdraagzame uit te hangen, een houding, die verschillende liberalen met heel veel elegance weten aan te nemen. Toch is rechts er veel schuld aan door haar opdringerige optreden. Er werd n.l. telkens gesproken van de plicht des Christelijke overheid om de Zending openlijk te bevorderen en desnoods door een daad te propageeren. Dat klinkt mij zeer onaangenaam in de ooren. toch wordt dat als de beheerlijke toestand voor de Zending door alle rechtsche kamerleden afgeschilderd. Ik vind echter, dat niet een liberaal, maar juist een Zendingsmensch daartegen in de eerste plaats bezwaren moet hebben. De Regeering mag dunkt mij alleen steunen waar de Zending eigenlijk regeeringswerk doet en ook in animistische landen zullen de toestanden wel eens meebrengen dat van Regeeringszijde een uitgesproken voorkeur van den kant der Regeering voor het Christendom aan den dag wordt gelegd. Maar verder geen gepraat van een Christelijke overheid, die de Zending openlijk moet steunen, en in haar richting pressie moet uitoefenen. De heerlijkheid van de Zending is juist dat zij door louter geestelijke middelen haar doel bereikt, geen wereldsche dwang vertroebelt haar resultaten. Komt er een uiterlijke pressie dan zouden over eenige honderden jaren de Kerken in Indië misschien klagen over een uitwendig Christendom, een voorrecht dat ons dank zij Constantijn de Groote en Karel de Groote altijd nog beschoren is. Je moet me wel verstaan. Ik zie de wereldhistorische noodzakelijkheid van deze dingen wel, maar betreur ze desniettemin. Mij lijkt de beste houding van een Regeering niet openlijke medewerking voor de Zending gelijk vele rechtschen willen, maar de Zending rustig haar gang laten gaan, alleen daar haar steunende waar ze werk voor de Regeering doet. Gaarne zou ik nu van jou eens vernemen wat je van deze dingen denkt. Ik vind dat zeer gewichtig. Jij zit in Indië er middenin en kunt zelf beoordeelen wat voor houding niet-godsdienstige ambtenaren aannemen en me dus zeggen of mijn standpunt te theoretisch is. Nog een ding. Het lijkt me, dat voor velen de Zending ook een schrikbeeld werd, omdat men haar eenvoudig identificeerde met het politiek programma van Dr. Kuyper. De bijzondere school regel, ook voor Indië. Voor mij is Zending heel wat anders dan dergelijke dwangeischen. Het is alleen maar jammer, dat de Zending de wrange vruchten mag plukken van zulk een begripsverwarring.---
Maar ik zal hiermee nu eens ophouden en zoo langzaamaan naar een eind zoeken. Ik hoop dat ik je niet al te veel bekends heb meegedeeld en dat je het de moeite waard vindt er op te antwoorden.
Gaarne zou ik ook eens van je hooren hoe de toestand met Adriani eigenlijk zit. Ik hoor hier allerlei alarmerende geruchten over zijn gezondheidstoestand en dan weer meer geruststellende. Dat zou een slag zijn als hij niet meer in staat was te werken. Ik heb in een geruimen tijd geen afdruksels van je dagboek van je ontvangen. Je wordt toch hoop ik niet moedeloos over mij. Ik ontvang ze zeer gaarne en als ik kans zie zal ik je wel eens over een kwestie heel verwaand onderhanden nemen ook al heb ik geen recht en geen kennis erover te oordelen.
Van Mien en Ali hoor ik gelukkig steeds dat het jullie tegenwoordig goed gaat. Zelfs heb ik vernomen dat jullie weer een kleine wacht. Wellicht is die er al of bijna wanneer deze brief komt. Ik hoop van ganscher harte dat jullie daar goed door komen (ik zeg expres jullie want de man lijdt met de vrouw mee) en dat jullie je mogen verheugen als de ouders van 2 bloeien van kinderen. Mien was van de week bij me op visite en vertelde me dat de horloges goed waren aangekomen. Gelukkig! Bevalt de tabak ook?
Nu beste kerel hartelijk gegroet met je Guus. Veel sterkte voor den arbeid.
Jullie toegen. vriend Kraemer (kriebel).
P.S. Bij het doorkijken van den brief merk ik dat ik in mijn laatste stuk van 2 Juli sommige dingen herhaald heb, die ik al gezegd heb. Ik hoop dat je het me niet kwalijk zult nemen. Kr.